[toggle_content title=”Het probleem“]Gewrichtsaandoeningen komen veel voor bij katten, ongeveer een kwart tot een derde van alle volwassen katten heeft hier last van. Van alle katten die ouder zijn dan 12 jaar lijdt zelfs 90% aan een gewrichtsaandoening.
De belangrijkste gewrichtsaandoening is osteoartritis (OA), ook wel artrose genoemd. Bij de kat komt OA het meest voor in het ellebooggewricht. Daarnaast kunnen ook andere gewrichten in de voorpoot aangetast zijn zoals het schoudergewricht.

OSTEOARTRITIS
Osteoartritis (OA) is een chronisch ontstekingsproces in een gewricht. Deze ontsteking veroorzaakt naast pijn ook kraakbeenbeschadiging en botnieuwvormingen aan de randen van het gewricht. OA van de elleboog en schouder komt bij katten meestal als primaire (op zichzelf staande) aandoening voor, maar het kan ook secundair optreden als reactie op instabiliteit in het gewricht.
Naarmate de leeftijd vordert zien we dat kraakbeen dat normaal soepel en elastisch is, langzaam brozer wordt. Er treden barsten op in het gladde oppervlak
en er beginnen stukjes kraakbeen los te komen.
Wanneer dit proces eenmaal gestart is, zien we dat er een vicieuze cirkel ontstaat : het ooit zeer gladde oppervlak wordt ruwer en wrijft nog meer in op het contactoppervlak.
Het gewricht wordt minder soepel omdat twee ruwe oppervlaktes tegen elkaar schuren.

Er komen stukjes kraakbeen los en die zweven rond in het gewricht wat blokkades kan veroorzaken. Door de irritatie komt er vocht in het gewricht, dit kan ook aanleiding geven tot een ontstekingsreactie in het kapsel. Het kapsel wordt dan vaak dikker en stijver wat de beweeglijkheid niet ten goede komt.

Het lichaam probeert de druk op het aangetaste gewricht laag te houden en we zien vorming van botuitsteeksels aan de randen van het gewricht, die scherpe randen kunnen ook pijn veroorzaken.
Er treedt op langere termijn ook een aantasting van de spieren op, ze worden zwakker en kunnen een verkorting of contractuur (dwangstand) vertonen. Hierdoor manken de dieren.[divider_top] [/toggle_content] [toggle_content title=”De oorzaak“]Primaire osteoartritis is een vorm van OA waarbij geen achterliggende oorzaak is aan te wijzen. Waarschijnlijk is het kraakbeen, als gevolg van een aangeboren zwakheid, niet bestand tegen de normale krachten in het gewricht en ontstaat er vroegtijdige slijtage. Veel lichamelijke activiteit en overgewicht dragen waarschijnlijk bij aan het ontstaan van primaire OA.
Een ongeluk of trauma kan leiden tot botbreuken, luxaties (‘uit de kom schieten’) en/of de verscheuring van de gewrichtsbanden. Hierdoor kan de stabiliteit van het aangetaste gewricht afnemen waardoor secundaire OA op kan treden.
Bepaalde stofwisselingsstoornissen, zoals afwijkingen in bepaalde enzymsystemen of in de hormoonhuishouding van de hersenen (hypofyse), kunnen gepaard gaan met OA in meerdere gewrichten.
Ook ontwikkelingsstoornissen van het skelet, zoals elleboogdysplasie, osteochondrose en aangeboren gewrichts(sub)luxatie, komen voor bij de kat en kunnen aanleiding zijn tot het optreden van secundaire OA in de voorpoot.[divider_top] [/toggle_content] [toggle_content title=”De symptomen“]Een kat met OA in de voorpoten zal minder graag en minder ver/hoog willen springen. De kat zal niet graag ergens afspringen omdat bij de landing het gewicht van de kat opgevangen moet worden door de pijnlijke gewrichten in de voorpoot. De meeste katten met OA zijn te herkennen aan veranderingen in het gedrag, de zogenaamde ‘life style changes’.
Slechts een klein gedeelte van de katten met OA in de voorpoten laat een duidelijke kreupelheid zien.

[custom_frame_center shadow=”on”] [/custom_frame_center] Voorwaartse en zijdelingse RX van een normaal ellebooggewricht

[custom_frame_center shadow=”on”] [/custom_frame_center] Voorwaartse en zijdelingse RX van een ellebooggewricht met erge artrose: botnieuwvorming aan de gewrichtsranden, verdichting van het botweefsel, verkalking van bindweefsel rondom het gewricht

[custom_frame_center shadow=”on”][/custom_frame_center] Zijdelingse RX van een normaal schoudergewricht: duidelijk zichtbare gewrichtsspleet, de schouderkom heeft gladde randen

[custom_frame_center shadow=”on”][/custom_frame_center] RX van een schoudergewricht met artrose: haakvorming aan de achterzijde van de schouderkom, smallere gewrichtsspleet door kraakbeenverlies.[divider_top] [/toggle_content] [toggle_content title=”Behandeling van OA in de voorpoot“]Doel van de behandeling is de pijn en de ontsteking te verminderen en zo verergering van de
aandoening zoveel mogelijk af te remmen. Dit wordt bereikt met behulp van ontstekingsremmende pijnstillers, de zogenaamde NSAID’s (oa Metacam, Rimadyl).
Daarnaast kan de therapie ondersteund worden door:

 

  • Een aangepaste voeding (kraakbeensupplementen en speciale voeders).
  • Gecontroleerd af laten vallen van katten met een duidelijk overgewicht (Let op!: katten nooit laten vasten!).
  • Leefomstandigheden aanpassen. Bijvoorbeeld: de voerbak en de kattenbak moeten op een gemakkelijke bereikbare plaats staan waarvoor springen niet nodig is; maak een trapje naar de favoriete ligplaats en geef deze een zachte ondergrond.
[custom_frame_left shadow=”on”][/custom_frame_left] [divider_top] [/toggle_content] [toggle_content title=”Behandeling van de achterliggende oorzaak“]Bij een secundaire OA dient, wanneer dit mogelijk is, de achterliggende oorzaak behandeld te worden. Zo kan in sommige gevallen de stabiliteit in het gewricht operatief hersteld worden, bijvoorbeeld door middel van een standscorrectie, de verwijdering van losse botdelen en/of het herstel van gescheurde gewrichtsbanden.[divider_top] [/toggle_content] [toggle_content title=”Prognose”]De prognose van OA in de voorpoot is afhankelijk van de achterliggende oorzaak en de ernst van de ontstane veranderingen.
OA is een aandoening die niet hersteld maar wel behandeld kan worden: met een adequate behandeling kan de kat nog een plezierig en lang leven zonder pijn hebben. Aangezien katten op subtiele wijze hun pijn kenbaar maken, zal voor het beoordelen van het behandelingseffect op kleine gedragsveranderingen gelet moeten worden.

[custom_frame_right shadow=”on”][/custom_frame_right] [divider_top] [/toggle_content] [toggle_content title=”Hoe herken ik of mijn kat gewrichtspijn heeft?“]Katten zijn vergeleken met honden minder vocaal en meer solitair ingesteld. Een kat zal pijn daarom heel anders kenbaar maken dan een hond. Vaak treden als eerste subtiele gedragsveranderingen op zoals:

 

  • Zich afzonderen van de omgeving
  • Minder actief dan vroeger: langer rusten/slapen en minder spelen
  • Minder vaak en minder hoog springen
  • Een afkeer van traplopen
  • Achteruitgang in de vachtkwaliteit en glans door pijnlijkheid bij wassen en vachtverzorging
  • Onzindelijkheid: de kattenbak net niet halen of pijn bij het klimmen in de kattenbak
  • Minder eten: de voerbak staat op een afgelegen/moeilijk te bereiken plaats
  • Wil niet meer opgepakt of aangehaald worden [divider_top] [/toggle_content]