Pijn en pijnbestrijding bij de kat is jarenlang een onderbelicht probleem geweest. Vaak was alleen al het onderkennen van door pijn veroorzaakt gedrag niet eenvoudig. Daarnaast moest ook op het gebied van behandelingsmogelijkheden een achterstand op de hond ingelopen worden. De kat heeft een zeer specifieke stofwisseling, ook wat betreft het verwerken van medicijnen. Hierdoor zijn veel pijnstillers bij de kat onbruikbaar door bijwerkingen en giftigheid.
Op dit moment heeft de diergeneeskunde gelukkig ook voor de kat een uitgebreid palet van medicaties tot zijn beschikking om de pijn te lijf te gaan.

[toggle_content title=”1. Wat is pijn?”]

In principe is pijn een waarneming van vitaal belang, want de kat wordt gewaarschuwd voor een bedreiging van het lichaam en geeft het de mogelijkheid om de bron van het gevaar te ontwijken. Een duidelijk voorbeeld is het ontwijken van een heet voorwerp.
Pijn ontstaat doordat ergens in het lichaam zenuwuitlopers geprikkeld worden. Deze prikkels worden door de zenuwbanen naar het ruggenmerg geleid en van daaruit naar de hersenen. In de hersenen komt de pijnprikkel tot bewustzijn. Om pijn te voelen moeten de hersenen dus bewust zijn.
Naast dit bewustwordingsproces dat instaat voor de pijnwaarneming, roepen pijnprikkels ook nog onwillekeurige reacties van het lichaam op. Deze reacties kunnen ook bij bewusteloosheid of narcose doorgaan: het wegtrekken in een reflex van de hand of poot, een toename van het hartritme, vertraging van de darmbewegingen enzovoort.
Normaal gezien is een pijnwaarneming van korte duur die ophoudt zogauw de bedreiging is verdwenen: dat noemen we fysiologisch.
Pijn kan echter ook een onderdeel zijn van een ziekteproces of beschadiging: de pijn wordt langduriger en verliest op een gegeven moment z’n waarschuwende functie. Dan noemen we het pathologisch.

Voorheen werd pijn vooral ingedeeld in acuut en chronisch, maar de inzichten zijn toch wat veranderd.
Tegenwoordig wordt pijn als volgt in twee categorieen ingedeeld:
Adaptieve pijn
: een normale reactie op weefselbeschadiging door trauma, operatie, infecties maar ook door chronische ziekteprocessen zoals arthrose. Bij een weefselbeschadiging komt een kettingreactie op gang van chemische reacties via de zgn. ontstekingsmediatoren. Hierdoor ontstaan verschijnselen die we allemaal herkennen van een ontsteking: zwelling, roodheid en overgevoeligheid voor aanraking. Dit laatste is een cruciaal aspect in de pijnwaarneming! Onder invloed van de mediatoren ontstaan er zichtbare veranderingen in de ruggenmergstructuur, die maken dat de binnenkomende pijnprikkels uitvergroot naar de hersenen gestuurd worden. Dit heet “winding up”.
Als pijn (of de oorzaak ervan) niet adekwaat behandeld wordt, worden de veranderingen in het zenuwstelsel min of meer blijvend en gaat de pijnwaarneming een eigen leven leiden: De adaptieve pijn verandert in niet-adaptieve pijn. Fantoompijn is daar een voorbeeld van. Niet-adaptieve pijn is veel moeilijker te behandelen omdat je grote veranderingen in structuur en werking van het zenuwstelsel moet proberen terug te draaien of tenminste te verminderen.

Deze wat theoretische inleiding heeft tot doel om het grote belang aan te tonen van het herkennen van pijngedrag, het onderkennen van onderschatte oorzaken van pijn en een juiste behandeling van pijn om te voorkomen dat het niet-adaptieve pijn wordt!

[/toggle_content] [toggle_content title=”2. Pijngedrag”]

[custom_frame_left shadow=”on”][/custom_frame_left]

In wezen is pijngedrag stressgedrag. Bij alle biochemische reacties die tot de ontsteking en de pijnwaarneming leiden komen nl. deels dezelfde stoffen vrij die ook bij stress vrijkomen: de stresshormonen cortisol, catecholamines (adrenaline). Hierdoor wordt een pijnreactie dus vaak verkeerd geïnterpreteerd en als stressreactie opgevat. Zeker op de behandeltafel bij de dierenarts kan het verschil moeilijk te maken zijn. Een goede waarneming van het gedrag door de eigenaar in de thuisomgeving is voor de dierenarts een zeer belangrijk hulpmiddel.

Als eigenaar moet je vooral attent zijn op veranderingen in het normale gedragspatroon van de kat.

Wat laat een kat zoal zien bij pijn?

  • toegenomen onrust (bv. steeds maar weer naar de kattenbak gaan)
  • agressie bij benadering of aanraking
  • meer teruggetrokken, wordt minder sociaal of gaat zich verstoppen
  • verminderde eetlust
  • klagen of blazen bij aanraking, optillen, ontlasten of urineren (of pogingen daartoe)
[custom_frame_right shadow=”on”][/custom_frame_right]

Veel moeilijker is het ontdekken van pijn die langzaam ontstaat of chronische pijn. Dit pijngedrag sluipt als het ware in in het gebruikelijke gedragspatroon en dus ook de waarneming van de eigenaar past zich aan dit gedrag aan.

Daarnaast is de kat met haar 9 levens (!) ook een echte overlever: ze gaat heel pragmatisch met haar pijn om en past haar gedrag aan om de pijn te verlichten. Een goed voorbeeld hiervan is arthrose: de kat, die eerst met een soepele beweging op het aanrecht sprong om te komen eten, kiest nu een omweg langs bv. een paar stoelen om zo haar doel te bereiken. Ze kan urenlang stil rechtop zitten, alsof ze de omgeving zit te observeren. Ze begint haar vacht slecht te onderhouden, ze slaapt veel, wordt onzindelijk: “Onze poes wordt oud”.

[custom_frame_left shadow=”on”][/custom_frame_left]

Vaak kan alleen een nauwkeurig onderzoek door een dierenarts letterlijk de vinger op de zere plek leggen. Wacht daar dan ook niet te lang mee.

[/toggle_content] [toggle_content title=”3. Onderschatte oorzaken van pijn”]

Bij operatieve ingrepen of trauma is het vanzelfsprekend dat er pijn mee gemoeid is.
Helaas is er ook een hele lijst aandoeningen waar het pijnaspect aan de aandacht dreigt te ontsnappen. Voor de overzichtelijkheid even in een tabel:

Onderschatte oorzaken van pijn

Hart- en longziekten Vocht op de longen, borstvliesontsteking, hersenbloedingen, aorta embolie
Kanker Alle vormen van kanker kunnen pijn als bijverschijnsel hebben
Huidziekten Oorontsteking, vechtabcessen, kin acne, chronische wonden
Mondholte Tumoren, FORL (aandoening waarbij het afweersysteem het eigen gebit aanvalt en afbreekt: Onwaarschijnlijk pijnlijk en toch zelden opvallend!!!!!)
Spijsverteringsstelsel Verstopping, anaalklierontsteking
Bewegingsapparaat Spondylose (vergroeiingen tussen de wervels), Arthrose (gewrichtsslijtage)
Oogaandoeningen Hoornvliesaandoeningen, etc.
Urinewegen Blaasontsteking, urinebuisverstopping, acuut nierfalen
Medische ingrepen De “houdgrepen”, alles met naalden
Zenuwstelsel Achterhandzwakte bij suikerziekte
[custom_frame_right shadow=”on”]
FORL
[/custom_frame_right]

Spondylose wordt op röntgenfoto bij katten van 12 jaar en ouder bij zo’n 80% van de dieren gezien. Toch lijkt de aandoening zelden pijn te veroorzaken; wel stijfheid.

[custom_frame_left shadow=”on”]
Spondylose
[/custom_frame_left]

Arthrose is een ander verhaal. Dit gaat duidelijk gepaard met pijn, al zie je relatief weinig kreupelheden, maar uit het zich vooral door stijfheid. Meestal zijn beiderzijds heupen, knieen en/of ellebogen aangetast.
Heupdysplasie zien we vooral bij Maine Coon (sommige lijnen 55% aangetast!!!), Pers en Siamees.

[/toggle_content] [toggle_content title=”4. De aanpak van pijn”]

I.v.m. het fenomeen “winding up” is het belangrijk pijn in een vroeg stadium te behandelen en bij operatieve ingrepen ook al aan preventieve pijnbestrijding te doen. Tegenwoordig wordt steeds meer op verschillende niveau’s in het ontstaansproces van pijn inbegrepen. Ook is pijnbestrijding steeds meer een vast onderdeel bij de behandeling van allerlei ziektes.

  • De NSAID’s (Non Steroidal Anti Inflammatory Drugs)
    Dit is de afdeling “aspirientjes”. Ze remmen de ontstekingsreacties, zijn koortsremmend en pijnstillend. Ze hebben ook allemaal een onaangename kant: het risico op nier- en leverbeschadiging! Bovendien kan de juist de kat ze over het algemeen moeilijk afbreken in de lever, waardoor ze snel giftig zijn.
    Paracetamol is wel de gevaarlijkste: onthoud gewoon dat dit dodelijk giftig is voor katten; nooit ofte nimmer gebruiken dus!
    Hetzelfde geldt voor Ibuprofen.
    Veilig zijn Meloxicam, Carprofen en Ketoprofen.
    Samenvattend: ga niet zelf aan het dokteren met deze pijnstillers!
  • De Opiaten ofwel de Morfine-achtigen
    Steeds meer stoffen uit deze groep blijken het goed te doen bij de kat. Soms worden katten er lichtjes stoned van of krijgen ze verstopping: Meestal wordt er dan overgedoseerd. Helaas is de werkingsduur vaak kort.
    Het voorschrijven en het gebruik ervan is aan strenge regels gebonden.
    Juist ook voor palliatieve pijnbestrijding uiterst geschikt.
    Voorbeelden zijn Fentanyl en Buprenorphine.
  • De Corticosteroïden
    Hoewel vaak veroordeeld door z’n bijwerkingen (risico suikerziekte, bijnierschorsbeschadiging, vertraagde wondheling) is dit een nuttige groep medicijnen. De bijwerkingen zijn door een juist gebruik tot een minimum te beperken: ga op zoek naar de laagst effectieve dosis, gebruik kortwerkende varianten (prednisolone) en sla dagen over tussen 2 giften.
    Goed bruikbaar als alternatief voor NSAID’s bij arthrose, echter nooit samen geven. 
  • Overige mogelijkheden
    Fysiotherapie, acupunctuur en homeopathie worden steeds vaker gebruikt en vaak met veelbelovende resultaten. Er is nog weinig “harde” wetenschappelijke informatie voorhanden, maar als aanvullende therapie zeker bruikbaar.[/toggle_content]

 

[divider_top]