Het bloedonderzoek: Wanneer aangewezen en wat betekenen de verschillende parameters.

bloedonderz01

Onze huisdieren hebben de neiging om pijn en ongemak te camoufleren. Dit doen zij vanuit hun instinct. Hierdoor merk je pas (te) laat dat je huisdier ziek is. Dit is niet altijd nodig. Met regelmatig bloedonderzoek kunnen we veel ziektes vroegtijdig zien aankomen en goed behandelen.
Bovendien is het verstandig om deze onderzoeken te doen voorafgaand aan een narcose waardoor de risico’s voor de complicaties tijdens de operatie veel kleiner worden. Ook is het verstandig uw ouder (wordend) huisdier regelmatig te laten controleren.

Samenstelling van bloed
bloedonderz02

Bloed bestaat uit ongeveer 55% vloeistof en 45% cellen (witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes). De vloeistof bestaat voor het grootste gedeelte (95%) uit water en voor de rest uit eiwitten, zouten, voedingsstoffen, afvalstoffen en hormonen. Bij gezonde dieren zijn de bestanddelen in de juiste hoeveelheden en verhoudingen aanwezig. Bij ziekte is er soms van iets teveel, of juist van iets te weinig.

Narcose

Een narcose houdt altijd een risico in. Om de kansen op complicaties tijdens de narcose te verkleinen wordt er daarom tijdens de opname een grondig vooronderzoek van het dier gedaan. Tijdens dit onderzoek wordt er gekeken naar de ademhaling, hartslag, temperatuur, de doorbloeding van de slijmvliezen, de vacht en of het dier niet uitgedroogd is. Met dit algemene vooronderzoek wordt de kans op complicaties tijdens de narcose kleiner.
Om een nog completer beeld te krijgen van de gezondheid van de patiënt zou de dierenarts ook een pre-operatief bloedonderzoek kunnen doen. Dit pre-operatief bloedonderzoek brengt echter wel extra kosten met zich mee. Het wordt over het algemeen niet standaard gedaan, maar is wel zinvol. Bij verdenking van afwijkingen zal je dierenarts een dringend verzoek doen om een bloedonderzoek uit te voeren.

Waarom pre-operatief bloedonderzoek?

  • Om een dier onder narcose te brengen wordt vaak een combinatie van slaapmiddel, spierverslappers en pijnstillers gegeven. Om deze narcosemiddelen weer af te breken gebruikt het lichaam onder andere de lever en de nieren. Een gezonde lever en nieren zijn hierbij natuurlijk erg belangrijk.
  • Bij alleen lichamelijk en klinisch onderzoek is er nog geen duidelijkheid over de werking van de diverse organen. Bij een pre-operatief bloedonderzoek wordt onder andere gekeken naar de gezondheid van de verschillende organen zoals de nieren, lever, alvleesklier, darmen, etc.
  • Ook de vochtbalans en het aantal bloedcellen zijn belangrijk om voorafgaand aan de operatie te weten, zodat door mogelijk bloedverlies tijdens de operatie geen extra complicaties ontstaan.
Alle bloedwaarden worden opgeslagen in het dossier van je huisdier. Indien er in de toekomst opnieuw bloedonderzoek noodzakelijk is, kunnen we de nieuwe uitslagen vergelijken met de vorige en hierdoor een nauwkeuriger beeld krijgen over het verloop van de ziekte of het herstel.

Indien er bij dit bloedonderzoek afwijkingen worden gevonden kan dit betekenen dat er gekozen wordt voor een aangepaste narcose, een infuus tijdens de operatie of dat, in verband met een te groot risico de operatie uitgesteld wordt of dat er helemaal afgezien wordt van een operatie.

Welke bepalingen kunnen er tijdens een bloedonderzoek worden gedaan?

Albumine (Alb)

Albumine is een transporteiwit. Veel stoffen in het bloed kunnen aan albumine binden en zo via de bloedbaan door het hele lichaam getransporteerd worden.
Een afwijkende hoeveelheid albumine kan een indicatie zijn voor problemen in voornamelijk de lever, de nieren of de darmen.

Alkalische Fosfatase (Alp)

Alkalische Fosfatase is een enzym dat in verschillende organen wordt geproduceerd, maar voornamelijk in de lever en in de botten. Een verhoogde waarde kan dus een indicatie zijn voor bijvoorbeeld een lever- of botbeschadiging.
Bij de beoordeling van de uitslag wordt rekening gehouden met de leeftijd omdat jonge dieren meer botopbouw hebben en dus een hogere uitslag normaal is.

Calcium (Ca)

Calcium is een mineraal dat in veel processen in het lichaam een belangrijke rol speelt. Het komt in veel organen voor. Afwijkingen in de concentratie kunnen een aanwijzing zijn voor problemen met de schildklier, de lever, of duiden op bepaalde tumoren.

Creatinine (Cre)

Creatinine is voornamelijk een afbraakproduct van de spieren en wordt via de nieren in de urine uitgescheiden. Bij een verminderde of slechte nierfunctie kan een verhoogde creatininewaarde in het bloed worden gevonden.
Bij de beoordeling van de uitslag moet altijd rekening worden gehouden met de hoeveelheid spiermassa. Bijvoorbeeld een kleine hond heeft minder spiermassa en zal dus onder normale omstandigheden een lagere creatininewaarde hebben dan een grote hond met veel spiermassa.

Glucose (Glu)

Glucose is een belangrijke brandstof voor het lichaam. De concentratie wordt gereguleerd door de alvleesklier. Bij afwijkingen van de alvleesklier kan Diabetes Mellitus ofwel Suikerziekte ontstaan. De glucoseconcentratie is afhankelijk van de voeding. Bij een afwijkende waarde is het raadzaam het onderzoek te herhalen wanneer het huisdier nuchter is. Bij katten kan ook stress de oorzaak zijn van een verhoogde waarde. In dit geval hoeft het niet te betekenen dat uw dier Diabetes Mellitus heeft. De bepaling fructosamine (Fra) kan hierover uitsluitsel geven.

Fructosamine (Fra)

Fructosamine is een eiwit dat gevormd wordt door een reactie tussen albumine en glucose. Dit product is ongeveer 3 tot 4 weken stabiel en geeft een betere indicatie van de glucosewaarde gedurende die periode. Bij Diabetes Mellitus zal vaak een verhoogde waarde worden gevonden. Fructosamine is niet afhankelijk van de voeding en is een goede indicator om de insulinetherapie bij diabetische patiënten te controleren. Bij insulineafhankelijke Diabetes Mellitus-patiënten is regelmatige controle van de glucose en fructosamine aan te raden. Omdat fructosamine niet heel snel wordt gevormd bij een plotselinge hoge glucose, zoals bijvoorbeeld bij stress van de kat, kan deze waarde uitsluitsel geven over de diagnose Diabetes Mellitus.

GPT/ALAT (ALT)

GPT is een enzym dat voornamelijk in de lever wordt gemaakt. Bij beschadiging van de levercellen kan dit enzym vrijkomen in het bloed en zal de uitslag verhoogd zijn. De hoeveelheid kan iets zeggen over de mate van leverbeschadiging. Leverbeschadiging kan worden veroorzaakt door infecties, galstuwing of vergiftigingen.

Totaal Eiwit (Tpro)

Het bloed van een dier bevat een grote hoeveelheid eiwitten.
Uitslagen buiten de referentiewaarden hebben dan ook niet altijd te maken met een bepaalde afwijking. Het kan het gevolg zijn van uitdroging, een leverafwijking, een nierafwijking, bepaalde infecties of een aantal immunologische problemen. Hier wordt dan een specifiek eiwit in grote hoeveelheid aangemaakt of gaat verloren. Verder onderzoek moet dan uitsluitsel geven. Een verlaagd Totaal Eiwit kan een indicatie zijn voor een bloeding.

Ureum (BUN)

Ureum is een afbraakproduct van eiwitten. De verschillende eiwitten in het lichaam worden constant aangemaakt en afgebroken. Sommige eiwitten bevatten onderdelen die niet zomaar kunnen worden uitgescheiden, daarom worden deze in de lever afgebroken tot onder andere ureum om via de nieren in de urine te worden uitgescheiden. Een verhoogde ureumwaarde in het bloed kan een indicatie zijn voor een verminderde of slechte nierfunctie, maar ook door het eten van een zeer (dierlijk-) eiwitrijk dieet kan deze waarde verhoogd zijn.

Anorganisch Fosfaat (IP)

Anorganisch fosfaat is een stof die deel uitmaakt van DNA, betrokken is bij het energiemetabolisme, de werking van allerlei enzymen ondersteunt, belangrijk is voor botopbouw en belangrijk is voor de zuurgraad (pH) van het bloed. Een afwijkende uitslag kan worden gevonden bij botproblemen, verminderde nierfunctie of bijschildklierproblemen.

Thyroxine (T4)

Thyroxine is een hormoon dat geproduceerd en afgescheiden wordt door de schildklier. Schildklierhormonen zijn essentieel voor normale groei en ontwikkeling en hebben veel invloed op de eiwit-, vet-, en koolhydraatstofwisseling. Ze spelen ook een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het zenuwstelsel. Als er een afwijkende waarde wordt gevonden zal het bij honden vaak een te lage uitslag betreffen, terwijl bij katten meestal sprake is van een te hoge waarde.

Electrolyten (Na/K/Cl)

Natrium, Kalium en Chloor zijn belangrijk voor de vochthuishouding en de prikkeloverdracht van zenuwen. Daarnaast spelen ze een belangrijke rol in een aantal organen. Afwijkende waarden kunnen worden gevonden bij voortdurend braken en diarree, waardoor uiteindelijk hartproblemen kunnen ontstaan. Bij infuustherapie is het belangrijk de zogenaamde electrolytenbalans goed te volgen. Ook bij afwijkingen aan de bijnier worden afwijkende concentraties natrium en kalium gevonden. Verder worden bij zoutvergiftiging verhoogde concentraties natrium en chloor gevonden.

De cellen van het bloed
bloedonderz03

Rode bloedcellen bevatten hemoglobine dat het vervoer verzorgt van zuurstof dat wordt ingeademd en koolzuur dat weer wordt uitgeademd. Het is belangrijk dat er voldoende rode bloedcellen in de bloedbaan aanwezig zijn. Vermoeidheid of sloomheid kan het gevolg zijn van een te laag aantal rode bloedcellen. Een verlaagd aantal rode bloedcellen zien we bij een bloeding of een gestoorde aanmaak van de rode bloedcellen en wordt bloedarmoede of anemie genoemd.

Hemoglobine (HGB)

In de rode bloedcellen bevindt zich een belangrijk eiwit dat Hemoglobine heet. Zuurstof en koolzuur binden zich aan hemoglobine waarmee het getransporteerd wordt door het hele lichaam. Het is mogelijk dat het aantal rode bloedcellen voldoende is, maar dat er een slechte aanmaak van hemoglobine is. We spreken dan over een anemie. Ook dan kunnen er symptomen van vermoeidheid of sloomheid ontstaan.

Hematocriet (HCT)

De verhouding van de rode bloedcellen ten opzichte van het totale bloedvolume wordt Hematocriet genoemd. Veranderingen in deze verhouding worden onder andere veroorzaakt door uitdroging, gestoorde aanmaak, verlies of afbraak van rode bloedcellen.

Witte Bloedcellen (WBC)

Witte bloedcellen hebben als voornaamste functie de afweer tegen ziekteverwekkers zoals bacteriën en virussen. De witte bloedcellen proberen de bacteriën en virussen op te ruimen. Ook bij parasieten/wormen en allergieën spelen de witte bloedcellen een rol. Er zijn verschillende soorten witte bloedcellen. Wanneer het aantal witte bloedcellen afwijkend is, kan verder onderzoek noodzakelijk zijn. Witte bloedcellen kunnen ook verhoogd of verlaagd zijn bij een bloedziekte zoals bijvoorbeeld leukemie.

Bloedplaatjes (PLT)

Bloedplaatjes zorgen voor de stolling. Wanneer ergens een beschadiging optreedt, bijvoorbeeld door bloedprikken, operatie of ongeval, dichten te bloedplaatjes de wond af, zodat er geen onnodig bloedverlies wordt geleden.
Een afwijkend aantal bloedplaatjes kan problemen geven met de bloedstolling.