Honden in een roedel (groep) spreken met elkaar door geluiden te maken en tekens te geven met hun lichaam. Met hun baasjes communiceren ze op dezelfde manier. Door zijn lichaamstaal te bestuderen, kun je een beetje met je hond praten.

 

Blaffen

Blaffen is een waarschuwing. ‘Hier gebeurt iets’, zegt je hond. Zo bewaakt hij zijn omgeving of laat weten dat er iemand aankomt. Het kan ook uitdagend bedoeld zijn, wanneer hij bijvoorbeeld wil spelen.

Grommen

Dit is een teken van agressie. Honden doen dit meestal tegen elkaar of tegen andere dieren. Ze verdedigen zichzelf of leden van hun roedel. Als je hond daarbij zijn haren recht overeind zet en zijn staart en oren omhoog, voelt hij zich sterk. Honden kunnen ook grommen of teruggrommen uit angst, maar dan maken ze zich tegelijkertijd klein, hebben hun staart tussen de poten en de oren plat. Jonge honden grommen in hun spel om net te doen alsof ze boos zijn!

Piepen

Als honden zachtjes piepen of janken hebben ze pijn, zijn ze bang of gewoon ongeduldig. Met deze hoge geluidjes vragen ze om hulp of aandacht.

Huilen

Als een hond zijn neus in de lucht steekt en jankt, roept hij de andere leden van zijn roedel. Zo herkennen de dieren uit een groep elkaar. Probeer maar eens om net zoals je hond te huilen. Hij doet dan zeker mee. Daarmee zegt hij dan: ‘Wij horen bij elkaar’. Wat vaak minder wordt gewaardeerd maar wel vriendelijk bedoeld is, is het meehuilen wanneer de baasjes een instrument bespelen met veel hoge tonen.

Snuffelen

Honden ruiken en snuffelen om hun omgeving te onderzoeken. Ze kunnen beter ruiken dan zien. Daarom kun je een hond ook het beste eerst aan je hand laten snuffelen als hij jou nog niet kent.

Kwispelen

Het heen en weer slingeren met de staart is positief. ‘Ik heb het naar mijn zin’, wil je hond ermee zeggen. Zijn goede humeur laat hij ook blijken door zijn oren naar je toe te draaien of door je te likken. Er zijn echter ook momenten dat het kwispelen van de staart een teken van agressie is. In dat geval houdt hij zijn staart lager.

Knielen en springen

Als je hond tegen je opspringt of met platte voorpoten voor je knielt, probeert hij je uit te dagen. ‘Wil je met me spelen?’ vraagt hij.

Op de rug liggen

Tegen je aankruipen of op de rug gaan liggen is meestal een teken dat je hond geknuffeld en geaaid wil worden. Het kan ook zijn dat hij zich gewonnen geeft. Dit doen honden vaak in de natuur als ze niet willen vechten. ‘Jij bent de sterkste’, zegt hij dan. In dat geval maakt hij zich klein.

Klein maken

Als honden bang zijn, maken ze zich zo klein mogelijk. Ze proberen zichzelf op deze wijze onzichtbaar te maken. Ze zakken door hun poten zodat ze laag bij de grond zijn. De oren leggen ze plat in hun nek en de staart verdwijnt tussen de achterpoten. Je hond zegt daarmee: ‘Ga weg of ik val aan.’ Aai hem dan niet want hij kan schrikken en bijten. Beter is het om zachtjes tegen hem te praten en zijn naam te roepen. Je merkt dan vanzelf of hij naar je toe durft te komen.

Tegen benen aanrijden

Honden die tegen je benen oprijden. Denken dat ze de baas zijn. Leer het zo snel mogelijk af door te laten merken dat jij degene bent die de beslissingen neemt.

Kattentaal … under construction …
Knaagdierentaal … under construction …
Vogeltaal … under construction …