Gebitsproblemen komen regelmatig voor bij huisdieren.

Bij hond en kat is de vorming van tandplak een probleem bij ouder worden. Na verloop van tijd kunnen de tanden ook gaan los zitten omdat het tandvlees zich steeds verder terugtrekt. Dieren met deze aandoening kunnen onaangenaam gaan ruiken uit de bek.
De meest voorkomende aandoeningen zijn de parodontale aandoeningen nl. gingivitis (tandvleesontsteking) en parodontitis (uitgebreide ontsteking met aanhechtingsverlies van de tand tot gevolg). Ze ontstaan door ophoping van tandplak dat tandsteen wordt. Ze kunnen voorkomen worden door regelmatige verzorging en droge brokken als voeding.

Tandsteen wordt verwijderd met een ultrasonische tandsteenreiniger. Hiervoor moet je hond of kat wel volledig onder narcose.

Het gebit wordt dan gecontroleerd op tandsteen, rotte elementen en ontstekingen. Tandsteen wordt verwijderd, rotte tanden worden getrokken en als laatste worden de tanden gepolijst. Het polijsten zorgt er voor dat tandplak zich minder snel kan vormen en zo het ontstaan van tandsteen uitstelt.

Bij jonge hondjes van kleine rassen zien we nogal eens dat er melktanden blijven staan na het wisselen. Die worden dan getrokken om de groei van de volwassen tand niet te verhinderen, vaak hebben ze er ook pijn van en eten ze daardoor minder goed.

Katten hebben vaak het probleem van tandhalsnecrose en daarmee samenhangende aandoeningen. Meer uitleg bij de rubriek Katten.

Slechte mondhygiëne veroorzaakt niet alleen een slechte mondgeur maar het is ook een gevaarlijke infectiebron voor o.a. nieren, hart en lever.

Een goede gebitsverzorging is dus van belang voor het hele lichaam. Probeer je huisdier van kleins af gewend te maken dat je in zijn mond komt. Eerst met vingers, dan met een borsteltje… Natuurlijk zal dat niet bij alle dieren lukken maar diegenen die toelaten om iedere dag hun tanden te laten poetsen, zullen hun mooie gebit heel lang kunnen houden!