Als de traanklieren niet genoeg traanvocht produceren worden de ogen droog en dof. Dit wordt keratoconjunctivitis sicca of kortweg sicca genoemd.
Het gebrek aan traanvocht leidt in eerste instantie tot ontsteking van het hoorn- en oogslijmvlies. De tranen worden vervangen door dik taai slijm. Op de oogbol en oogleden zitten korsten opgedroogd slijm. Het bindvlies of de conjunctiva wordt bloeddoorlopen en het hoornvlies (cornea) wordt mat en ondoorschijnend, de typische reflectie verdwijnt.
In het beginstadium is de ziekte pijnlijk, de hond gaat de ogen dichtknijpen en zweren op het oog ontwikkelen. In een later stadium gaan de slijmvliezen verdikken en krijg je ingroei van bloedvaten en pigmentafzetting op het hoornvlies.
Er zijn veel oorzaken voor droge ogen. Meestal zijn het immuungerelateerde aandoeningen waarbij het immuunsysteem van de hond zijn eigen traanklieren 'aanvalt'. Enkele andere oorzaken zijn ouderdom, virale infecties, bepaalde geneesmiddelen, aangeboren afwijkingen of metabole ziekten zoals onvoldoende werking van de schildklier.
Rassen die aanleg hebben voor sicca zijn: westies, cavaliers, lhasa apso's, shih tzu's, yorkshire terriers, teckels en engelse bulldoggen.
De diagnose kunnen we stellen door de traanproductie te meten met de Schirmer Tear Test. Daarbij wordt een strookje steriel filterpapier gedurende een minuut in de ooghoek gehouden. De tranen maken het strookje gedeeltelijk nat. Bij gezonde ogen rijkt het traanvocht tot 15mm of verder, bij droge ogen niet verder als 10mm. Zit de traanproductie tussen 10 en 15mm dan is er een verhoogd risico en wordt na 3 maand een nieuwe test gedaan.
Hoe behandelen?
Allereerst moet de oorzaak van de sicca, indien bekend, behandeld worden. In lichte gevallen voldoet het inbrengen van kunsttranen om de ogen voldoende vochtig te houden. Vaker zal de hond daarnaast ook nog specifieke oogzalven nodig hebben. Bij honden met droge ogen veroorzaakt door een immuungerelateerde ziekte wordt een afweeronderdrukkende zalf nl. cyclosporine zalf gebruikt. De zalf heeft geen nevenwerkingen.
Meestal is de behandeling levenslang. |